|
Wetenswaardigheden over
Pinda allergie ; Hartkloppingen huid jeuk irritatie ; http://www.allergologie.nl/Pinda_allergie.htm Alergia de Mani ; Latido rápido del corazón y irritación de la piel http://www.mihijo.com/alergia.htm Peanut allergy ; Rapid heartbeat and skin irritation http://www.allergyasthma.on.ca/peanut1.htm Zet Uw symptomen op deze
website; Email PindaAllergie@Yahoo.com Daniel Huisman 2-07-2003; Daniel Huisman 2-07-2003; Daniel Huisman 2-07-2003;
Voedselallergie is een vorm van voedselovergevoeligheid waarbij het specifieke afweersysteem actief betrokken is; vrijwel altijd betreft het immunoglobuline E gemedieerde reacties ofwel atopische voedselallergie. Inleiding De klachten van atopische voedselallergie kunnen ingedeeld worden naar de mate van uitgebreidheid en ernst. Plaatselijke reacties ontstaan daar waar het voedingsmiddel in contact komt met het lichaam (huid of mond). Een voorbeeld hiervan is het oraal allergiesyndroom waarbij jeukklachten in de mond/keelholte ontstaan tijdens het eten van sommige fruitsoorten en noten. Wanneer de overgevoeligheidsverschijnselen zich daarentegen niet beperken tot de contactplaats met het voedingsmiddel, spreken we van algemene ofwel anafylactische reacties. Kenmerkend voor een dergelijke reactie is het plotse en snelle ontstaan van klachten in meerdere organen en de noodzaak tot een snelle behandeling vanwege het vaak ernstige verloop. Deze acute en potentieel levensbedreigende reacties komen ook oor bij een allergie voor bijvoorbeeld insectengif, latex en geneesmiddelen. Voor al die ernstige overgevoeligheidsreacties wordt ook wel de verzamelterm “anafylaxis” gebruikt. Bij kinderen zijn vooral koemelk, kippeneiwit, pinda en noten een belangrijke oorzaak voor atopische voedselallergie. Bij volwassenen zijn naast pinda en noten ook vis, schaal-en schelpdieren, zaden, fruit- en groentesoorten veelvuldig betrokken. Pinda-allergie is een van de meest voorkomende oorzaken van voedselanafylactische reacties. Bij voedselallergische reacties met een dodelijke afloop is de pinda zelfs het meest frequente voedselallergeen (ref 1, 2, 3, 4). Dit artikel beoogt antwoorden te geven op vragen over pinda-allergie die werden gesteld in de column van Netty Bogers (ref 5). Bevolkingsgegevens Geschat wordt dat atopische voedselallergie voorkomt bij 6-8 % van alle kinderen en bij 2 % van de volwassen bevolking. Bij kinderen met constitutioneel eczeem wordt de frequentie hoger ingeschat, tot zelfs 60 %. Parallel aan de stijging van allergische ziekten in het algemeen zijn er ook aanwijzingen voor een toename van voedselallergie, vooral het aan hooikoorts gerelateerde oraal allergiesyndroom.
Exacte cijfers zijn er niet. In een Amerikaanse studie werd geschat dat 0,7 % van de bevolking een pinda-allergie heeft. Deze bevindingen komen redelijk overeen met een schatting van 0,61 % in een recent Engels onderzoek. Er zijn aanwijzingen voor een verdere toename van pinda/allergie onder de bevolking. (ref 6, 7 ,8, 9). Kliniek Voor een beknopt overzicht van de kenmerken van atopische voedselallergie in relatie tot uitgebreidheid en ernst van de reacties wordt verwezen naar de tabel. Voor een meer uitgebreide beschrijving van klachten en verschijnselen wordt verwezen naar de literatuur (ref 1,2). Een pinda-allergie kan mild en plaatselijk zijn en betekent niet per definitie altijd een ernstige algemene reactie. Een anafylactische pindareactie begint vaak met een onbestemd doemgevoel en min of meer uitgebreide huidreacties als galbulten, roodheid, jeuk en zwellingen. Vaak zijn er ook maag/darmklachten zoals buikpijn, braken en diarree. Levensbedreigend worden de reacties bij betrokkenheid van de luchtwegen (tong/keelzwellingen, astma) en van het hart en/of vaatstelsel (shock). Sinds 1982 zijn er regelmatig medische publicaties verschenen over bijna fatale reacties door pinda-allergie. Na een eenmaal doorgemaakte voedselanafylactische reactie is de kans groot op herhalingsreacties bij hernieuwd contact met het bewuste voedingsmiddel. Of dit altijd gebeurt, is niet helemaal zeker. Een herhalingsreactie hoeft niet maar kan wel, ernstiger verlopen dan de voorafgaande reactie. Dit laatste is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de allergeendosis, het hebben van astma, alcoholgebruik, lichamelijke inspanning en het gebruik van sommige medicijnen. Bij een pinda/allergie kan het eten van een geringe hoeveelheid pindamateriaal in principe al een anafylactische shockreactie veroorzaken. Anderzijds is er voor pinda-allergie ook een dosisresponsfenomeen beschreven, dat wil zeggen hoe meer pinda je eet des te heftiger de reactie. Deze verschillen in “triggerdosis“ worden nadrukkelijk beschreven als het gaat over patiënten die al kunnen reageren bij het ruiken van pinda. De tijdspanne tussen het eten van pinda en het ontstaan van de allergische reactie geeft nogal eens verwarring. In principe geldt dat hoe korter die tijdspanne is, des te heftiger de reactie. Maar er kunnen ook nog reacties ontstaan uren na het eten van pinda. Er zijn onderzoeken gedaan naar het natuurlijk verloop van pinda-allergie. Daaruit wordt geconcludeerd dat een pinda-allergie niet overgaat en een levenslang probleem blijft. In een enkel onderzoek werd evenwel aangetoond dat bij sommige pinda-allergiepatiënten over een tijdspanne van jaren de ernst van de reactie kan afnemen danwel verdwijnen. Biologie en industrie De pinda (Arachis hypogea, ook wel aardnoot of apenoot genoemd) is geen echte noot, maar een ondergronds groeiende peulvrucht afkomstig uit de botanische familie van de Leguminosae (peulvruchtachtigen). Andere bekende leden uit deze familie zijn bonen, linzen, erwten, sojabonen, carobe, alfalfa, guar, tragacanth, fenegriek en senna
Oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, wordt de pinda momenteel op grote schaal gecultiveerd in Afrika en Noord-Amerika. Het gebruik van pinda als voedingsmiddel, als additief (pindameel/schroot) in andere voedingsmiddelen en als bron voor voedingsolie is sterk afgenomen in de laatste drie decennia. Niet alleen de voedingsindustrie maar ook de farmaceutische en de cosmetische industrie maken gebruik van pindamateriaal in geneesmiddelen, vitaminepreparaten, zuigelingenvoeding, huidverzorgingcrèmes en shampoos. Ook verwerking in plastics, lijmsoorten en linoleum komt voor. In 1981 werd een artikel gepubliceerd over de veiligheid van pindaolie voor pinda-allergische patiënten. Sindsdien is die mening aangepast. Zuivere pindaolie zou in principe geen pinda-allergenen mogen bevatten, maar afhankelijk van de productieprocessen blijkt dit in de praktijk helaas anders uit te vallen.Ongeraffineerde pindaolie bevat nog pinda-allergenen; deze olie wordt soms gebruikt in margarines, bakolie, slaolie en ijs. Bij de geperste olie is er een verschil tussen koude persingen (bevatten pinda-allergeen) en hete persingen (veelal geen aantoonbaar pinda-allergeen). Helaas wordt al deze informatie niet vermeld op de verpakkingen van producten, zodat patiënten die geconfronteerd worden met termen als plantaardige olie, arachisolie en pindaolie niet met zekerheid die producten veilig kunnen gebruiken. In de meeste gevallen wordt dan ook aangeraden: "bij twijfel vermijden". Pinda wordt veel gebruikt in de voedingsindustrie. Het zijn vooral de verborgen pindabestanddelen die, verwerkt in de maaltijden, risico´s opleveren voor (herhalings-) reacties. Pinda-allergenen zijn hittestabiel; dit wil zeggen dat roosteren geen invloed heeft op de allergeniciteit. Immunologie De beruchtste allergenen van de pinda zijn suikereiwitmoleculen die Ara h 1, Ara h 2 en Ara h 3 worden genoemd. Vooral het eiwitgedeelte zorgt voor de klinisch allergische reactie. Een aantal van de suikergroepen kan er de oorzaak van zijn dat veel pinda-allergische patiënten ook positieve allergietesten vertonen voor overige peulvruchten. Dit wordt kruisreactiviteit genoemd en dit fenomeen is niet zelden een oorzaak van onnodig zware vermijddiëten. Slechts zelden heeft een pinda-allergiepatiënt ook allergische reacties voor soja, bonen of erwten. Ditzelfde fenomeen (kruisreactiviteit) zorgt ervoor dat veel patiënten met graspollenallergie een positieve allergietest hebben voor pinda, evenwel zonder dat het eten van pinda daadwerkelijk klachten geeft. Samenvattend betekent een positieve pinda-allergietest niet altijd dat er daadwerkelijk sprake is van een echte pinda-allergie. Diagnose Diagnose van
voedselallergie is vooral gebaseerd op het verhaal van de patiënt of de
ouders (de zogenaamde anamnese), waar mogelijk aangevuld met gegevens van
de BO of de behandelend arts. Dit vormt de leidraad voor het aanvullend
onderzoek dat is gericht op het aantonen van het specifiek immuunglobuline
E (huidtest, RAST-test). Een provocatie-onderzoek vormt “de gouden
standaard”voor de diagnose, vooral wanneer anamnese, huidtest en
bloedonderzoek geen eenduidig resultaat geven.Een provocatie-onderzoek
betekent het opnieuw toedienen van het verdachte voedingsmiddel om daarmee
onder gecontroleerde omstandigheden de reactie opnieuw te laten optreden.
Een voedselprovocatie is een tijdrovende testmethode en kan belastend en
gevaarlijk zijn. Deze onderzoeksmethode is niet gestandaardiseerd, dat wil
zeggen niet uniform qua procedure, materiaal, doseringen en uitkomstmaten,
zodat de betrouwbaarheid ervan nog te wensen overlaat. Een Amerikaans
onderzoek liet zien dat deze “gouden standaard”in de praktijk dan ook niet
altijd wordt gebruikt In het geval van een eerder doorgemaakte ernstige anafylactische reactie is een provocatie-onderzoek vaak niet wenselijk. In dat geval wordt een nauwkeurige anamnese, aangevuld met een positieve huidtest en RAST-test, als voldoende bewijs beschouwd voor het stellen van de diagnose. Symptomen van voedselallergie ingedeeld naar plaats en ernst
Behandeling Na een doorgemaakte
anafylactische reactie is de vervolgbehandeling gericht op het voorkomen
van herhalingsreacties. Vermijding van het oorzakelijk voedselallergeen is
essentieel. Door een correcte diagnose is gerichte vermijding
mogelijk (eliminatiedieet). Wanneer er na pindacontact een anafylactische reactie ontstaat, kan er bij milde, niet-levensbedreigende (zie tabel: graad I algemene) klachten een antihistaminicum worden toegediend. Om voor een snelle werking van dit medicijn te zorgen wordt hiervoor wel eens een injectie gegeven met Tavegil ®; dit is een antihistaminicum in vloeibare vorm voor inspuiting in een bloedvat of spier. Het is zeker niet noodzakelijk om dit antihistaminicum altijd te injecteren. Afhankelijk van de ernst van de klachten kan het medicijn ook in tabletvorm ingenomen worden; in dit laatste geval zijn er medisch geen duidelijk bewezen voorkeuren voor een bepaald merk antihistaminicum. Ook andere en meer moderne antihistaminetabletten (zoals bijv. Telfast ®, Zyrtec ® of Claritine ®) kunnen hiervoor gebruikt worden. Vaak wordt ook een
bijnierschorshormoon in tabletvorm of per injectie toegediend. Van deze
medicijnen zijn er vele soorten en merken; vaak wordt gebruik gemaakt van
predniso(lo)n Een bespreking over de keuze hiervoor en de werking hiervan
valt buiten het bestek van dit artikel. Bij acute levensbedreigende (zie
tabel: graad III of IV) anafylaxis is adrenaline het geneesmiddel van
eerste keus en prompte toediening hiervan is aangewezen. Adrenaline
vermijdt de luchtwegen en laat de bloeddruk stijgen door vernauwing van
bloedvaten en stimulering van de hartwerking. In noodsituaties is het
injecteren van een adrenalineoplossing na optrekken uit een ampul
door de patiënt zelf of door niet-medisch personeel moeilijk en
tijdverslindend. Daarom zijn er momenteel voorgevulde adrenalinepennen met
een automatisch injectiemechanisme (Epipen ®, Anapen
®) verkrijgbaar voor toediening in de spier. Aanvullend beleid Naast vermijding (dieetbehandeling) en noodmedicatie zijn er in het kader van het anafylaxisbeleid nog aanvullende adviezen nodig, bijvoorbeeld over het informeren van de sociale omgeving, het herkenbaar maken van de aandoening voor hulpverleners in situaties waarin je daar zelf niet toe in staat bent (dragen van een “Witte Kruis Alarmpenning”of “SOS-penning”) en het leren om op een mogelijke blootstelling aan pinda te anticiperen. Belangrijk in dit aanvullend beleid bij pinda-allergie zijn gedegen informatie, educatie en continue waakzaamheid wat betreft onverwacht pindacontact. Bij deze laatste aspecten is de ervaringsdeskundigheid van de patiëntenvereniging (Stichting Voedselallergie) belangrijk. Overdracht van kennis en adviezen vindt plaats middels informatiefolders, bijeenkomsten, lezingen en in persoonlijke contacten. Daarbij valt te denken, naast voorlichting over voedselallergie in het algemeen, aan zaken als practische adviezen over boodschappen doen en het kritische lezen van productetiketten, plannen van restaurantbezoek en vakanties, enzovoort. In het kader van pinda-allergie is de rol van de patiëntenvereniging minstens even belangrijk bij grootschaliger projecten zoals het aandringen bij de overheid op wettelijke regelingen voor etiketinformatie op de voedingsproducten; alle voedingsmiddelen, zelfs die waarin zeer geringe hoeveelheden pinda (of andere beruchte voedingsallergenen) verwerkt worden, dienen volledig en duidelijk geëtiketteerd te zijn. Ook is er een belangrijke taak voor de vereniging als spreekbuis voor de belangenbehartiging van patiënten bij de voedingsindustrie om veiligheidsgaranties te eisen in de productieprocessen, zodat er geen kruisbesmetting met pindabevattende bestanddelen kan optreden tijdens bijvoorbeeld schoonmaak van productiebanden of tijdens het verpakken van voedingsproducten. In landen als Canada en de USA is men al verder gevorderd met dit soort regelingen dan in Europese landen Naar aanleiding van berichten over scholen waar kinderen met voedselanafylaxis als leerling geweigerd werden en ook berichten uit de vliegtuigindustrie over problemen met pinda-anafylaxis tijdens commerciële vluchten, zijn er ontwikkelingen in gang gezet voor specifieke voorlichting aan de betreffende autoriteiten en over de aanwezigheid en het gebruik van de automatische adrenalinepen op school of in het vliegtuig. De richtlijnontwikkeling wordt evenwel gehinderd door ingewikkelde juridische (aansprakelijkheids-) en verzekeringstechnische problemen. Toekomstbeleid Voorkomen is beter dan genezen. Bij voedselallergie is genezing in letterlijke zin in principe niet mogelijk. In binnen-en buitenland wordt dan ook veel onderzoek gedaan naar preventie van allergie in het algemeen en van voedselallergie in het bijzonder. Pinda-allergie kan al voorkomen bij zeer jonde kinderen; vooral bij kinderen met een atopisch belaste familie (zogenaamde “high-risk”- kinderen, waarbij een of beide ouders reeds bekend zijn met allergie). Primaire preventiemaatregelen bij deze kinderen moeten gericht zijn op het voorkomen van de ontwikkeling van pinda-allergische stoffen. Daartoe moeten eerst belangrijke vragen opgelost worden, zoals waarom bij voedselallergische mensen geen tolerantie aanwezig is voor de betreffende voedingsmiddelen en vragen over het tijdstip en de manier waarop deze antistoffen ontstaan in het afweersysteem. De antwoorden op dit soort vraagstukken leveren in de toekomst hopelijk de bouwstenen voor effectieve preventie. Ook wordt er onderzoek gedaan naar genetisch gemodificeerde voeding. In de voedingsindustrie wordt deze biotechnologie al gebruikt.Een van de gunstige mogelijkheden van genetische voedselmanipulatie kan zijn om allergene eiwitfracties in sommige voedingsmiddelen te veranderen, zodat ze geen allergiegevaar meer opleveren. Tot nu toe zijn echter de resultaten met bijvoorbeeld genetisch gemanipuleerde hypoallergene rijst en soja nog controversieel. Gevaren van biotechnologie kunnen averechtse effecten zijn, zoals het fabriceren van nieuwe voedingsmiddelen die juist allergeen zijn. Al met al zal het nog wel enige tijd duren voordat een pinda-allergische patiënt niet meer ziek wordt van gezond eten.
| |||||||||||||||||||||||||||||||
